Paragraaf 3
Toelating tot een economische zone
Artikel 3
- Tot een economische zone wordt alleen toegelaten een rechtspersoon met een in aandelen verdeeld kapitaal die uitsluitend in die zone een bedrijf zal uitoefenen. De toelating geschiedt door het bestuurscollege.
- De toelating wordt verleend indien van het door de rechtspersoon uit te oefenen bedrijf verwacht kan worden dat het zal bijdragen tot de economische ontwikkeling van de Nederlandse Antillen:
a. door de uitbouw van de Nederlandse Antillen als internationaal distributiecentrum door goederen in hoofdzaak naar het buitenland te verhandelen, dan wel als internationaal centrum van dienstverlening door diensten in hoofdzaak aan het buitenland of aan in een economische zone gevestigd bedrijf te verlenen; en
b. hetzij door stimulering van de instroom van deviezen in de Nederlandse Antillen,
c. hetzij door directe of indirecte bevordering van de werkgelegenheid.
- Aan de toelating kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
- Het bestuurscollege kan besluiten de in het eerste lid genoemde bevoegdheid tot het verlenen van toelating te doen uitoefenen door een instantie als bedoeld in artikel 5, tweede lid.
- Het bestuurscollege, of ingeval de toelating is geschied door de instantie, bedoeld in artikel 5, tweede lid, die instantie, doet binnen een maand na de toelating daarvan mededeling aan de Directie der Belastingen.
- Bij ministeriële beschikking met algemene werking kan de Minister van Financiën regels stellen ten aanzien van de door de tot een economische zone toegelaten rechtspersoon bij te houden administratie.
Artikel 4
- Het besluit tot toelating kan door het bestuurscollege of ingeval de toelating is geschied door de instantie, bedoeld in artikel 5, tweede lid, door die instantie, worden ingetrokken, indien blijkt dat door of namens de belanghebbende:
a. onjuiste of onvolledige gegevens werden verstrekt die van beslissende invloed zijn geweest op de totstandkoming van het besluit tot toelating;
b. is gehandeld in strijd met de bepalingen van deze landsverordening of de daarop berustende bepalingen;
c. de aan de toelating verbonden voorschriften en beperkingen niet of niet volledig in acht genomen zijn;
d. is gehandeld in strijd met de bepalingen van de Landsverordening op de winstbelasting 1940 (P.B. 1965, no. 58), de Landsverordening op de loonbelasting 1976 (P.B. 1975, no. 254) of de Algemene Verordening I.U. en D. 1908 (P.B. 1949, no. 62);
e. het bedrijf is gestaakt.
- Het besluit tot toelating kan voorts worden ingetrokken indien het bedrijf naar het oordeel van het bestuurscollege dan wel de instantie, bedoeld in artikel 5, tweede lid, niet langervoldoet aan de in artikel 3, tweede lid, voor toelating tot een economische zone gestelde eisen.
- Intrekking op grond van het eerste lid, onderdeel a, kan geschieden met terugwerkende kracht tot en met de dag van de vaststelling van het besluit tot toelating. Intrekking op grond van het eerste lid, onderdeel b, c, d of e, kan geschieden met terugwerkende kracht tot en met de dag waarop de in de genoemde onderdelen aangegeven handeling werd verricht.
- Tot intrekking van een besluit tot toelating wordt niet overgegaan zonder dat de belanghebbende in de gelegenheid is gesteld binnen een termijn van ten minste twee weken schriftelijk bedenkingen tegen de intrekking kenbaar te maken.
- Het besluit tot intrekking is met redenen omkleed en wordt aan de belanghebbende toegezonden bij aangetekende brief.
- Intrekking van het besluit tot toelating verplicht de desbetreffende rechtspersoon haar bedrijf binnen een termijn van ten hoogste zes maanden uit de economische zone te verwijderen.
- Indien het bedrijf niet overeenkomstig het zesde lid wordt verwijderd, geschiedt de verwijdering op kosten van de betrokken onderneming.
Toelatingseisen e-zone
|